Op 12 november begonnen 150.000 Belgische 17-jarigen brieven te ontvangen van de minister van Defensie, waarin hij hen aanspoorde zich voor te bereiden op oorlog.
Fragmenten uit het antwoord dat in De Morgen werd gepubliceerd door Dirk Tuypens, acteur en leider van de PVDA-groep in Mechelen, vader van een jonge ontvanger van de brief van Theo Francken.
(...) Hoewel de brief niet aan mij is gericht, neem ik toch de vrijheid u een antwoord te sturen. Omdat ik als vader van die zeventien lentes jonge kerel diep verontwaardigd ben over wat u hem en zijn leeftijdsgenoten probeert te slijten. Over de lichtzinnigheid ook waarmee u probeert om duizenden jonge mensen te winnen voor de door u met de dag luider gepredikte oorlog.
Het zal u geenszins verstoren, daarover maak ik me geen illusies, want wie uw beleid niet genegen is, hoort voor u thuis bij de “geitenwollen sokken, pseudopacifisten, communisten, complotteurs, Poetin-lovers en vatniks die ons land eerder rijk dan arm is”, zoals u op Facebook schrijft.
Het moet gezegd, u hebt een prima gevoel voor timing. De 17-jarigen ontvangen uw schrijven in de novembermaand, enkele dagen nadat in heel het land het einde van de Eerste Wereldoorlog werd herdacht. Bij herdenkingsmonumenten overal te lande brachten hoogwaardigheidsbekleders zoals uzelf met rechte rug en ernstig gestemde gezichten hulde aan de gesneuvelden van de Groote Oorlog.
En zoals altijd gaat dat gepaard met grote woorden over ‘zij die hun leven schonken voor de vrede, de vrijheid, de democratie, …’ Want dat heet altijd de inzet van oorlog, tenminste in de grootspraak van zij die over oorlog beslissen.
De Franse soldaat Louis Barthas, die in 1914 onder de wapens moest, schreef daar in zijn oorlogsdagboeken iets treffends over: “In de dorpen willen ze al monumenten oprichten ter ere van de slachtoffers van deze immense slachting, of zoals de chauvinisten zeggen ‘ter ere van hen die vrijwillig het offer van hun leven hebben gebracht’. Alsof de ongelukkigen de keuze hadden om iets anders te doen… Ach! Als de doden van deze oorlog uit hun graf konden opstaan. Ze zouden die hypocriete monumenten in stukken slaan, want degenen die ze oprichtten hebben hen zonder medelijden geofferd.”
Dat is de bittere werkelijkheid, meneer Francken. In geen enkele oorlog worden levens vrijwillig geschonken, levens worden er brutaal geroofd. Elk leven dat in de drek van het slagveld aan flarden wordt geschoten, is een leven dat moedwillig wordt vergooid. En de oorlog is geen verschrikking die plots uit het niets opdoemt. Het is een verschrikking waartoe door mensen wordt beslist.
Niet door de 17-jarigen die uw brief krijgen, niet door hun ouders, familie en vrienden. Wel door de hoge piefen. En alle hoogdravende retoriek over vrijheid en democratie kan nooit de eenvoudige waarheid verhullen dat oorlog altijd gaat om macht, geld en economische belangen. Dat is waarvoor al die levens geofferd worden.
En altijd opnieuw zijn het de levens van jonge mensen die de hongerige muil van het oorlogsmonster worden ingejaagd. Jonge mensen die ook altijd opnieuw met dezelfde leugenachtige en misdadige retoriek worden geronseld en klaargestoomd om voor vlag en vaderland hun dood tegemoet te rennen en in een bodybag naar huis te worden gebracht.
Daarom is uw brief zo verbijsterend. Hij verbloemt elke realiteit en presenteert zich als een alledaagse vacature voor een doodnormale betrekking. Al in de tweede alinea spiegelt u de jongeren, in het vet gedrukt, ‘een aantrekkelijk loon’ voor. U weet natuurlijk verdomd goed hoe groot de verleidingskracht van 2.000 euro per maand voor een 17-jarige is.
Verder slaat u de jongeren om de oren met fletse frasen over “actief bijdragen aan de toekomst van het land”, “een unieke kans om je persoonlijk en professioneel te ontwikkelen”, “vrienden maken voor het leven”, “een boeiende en avontuurlijke werkomgeving”. Het is allemaal ondraaglijk lichtzinnig.
U zult misschien opwerpen dat ik mij druk maak om niets, want op uw Facebook-pagina beweert u stellig dat u onze jongeren niet naar het front wilt sturen. Maar waarom hebt u ze dan nodig? Waarvoor moeten ze dan paraat staan? Want zo staat het in uw brief: ‘We moeten voorbereid zijn en paraat staan om te handelen.’(...)
Voor wie neemt u ons eigenlijk? En voor wie neemt u onze jongeren? Denkt u werkelijk dat zij niet begrijpen wat al die omfloerst geformuleerde, in het weeïg odeur van ‘vaderlandse plicht’ en ‘burgerschap’ gedrenkte oproepen tot paraatheid in werkelijkheid betekenen?
Kom, meneer Francken, wie probeert u een rad voor ogen te draaien? Wees op zijn minst eerlijk. Stop met dat voortdurend warm en koud blazen. U wilt, samen met Europa, dat we over vijf jaar klaar zijn voor de oorlog. U wilt dat we ons tot de tanden bewapenen, dat we schuilkelders bouwen, dat we onze kamers volstouwen met overlevingspakketten, en nu ook dat onze jongeren paraat staan. En dan moeten we geloven dat u hen niet daadwerkelijk zou willen inzetten voor de gewapende strijd?
Oorlog is geen ‘boeiende en avontuurlijke werkomgeving’, geen ‘unieke kans om je persoonlijk en professioneel te ontwikkelen’. Zoals Walter Zinzen in MO-Magazine schrijft: “Oorlogen zijn in feite massaslachtingen en massavernietigingen. Al wat menselijk is wordt uitgeroeid met niets ontziend geweld. En daarop moeten we ons voorbereiden, zoals onze minister van Oorlog ons voorhoudt te geloven?” Maar allicht zult u meneer Zinzen ook wel verwijzen naar het rijtje van onverlaten dat volgens u niets anders toekomt dan hoongelach en misprijzen. (...)
Ik kan u melden, misschien tot uw ontgoocheling maar in ieder geval tot mijn grote opluchting, dat mijn zoon vriendelijk bedankt voor uw uitnodiging. Het sterkt mij in de hoop dat Simon Gronowski gelijk heeft als hij in zijn pas verschenen boekje Pleidooi voor de vrede schrijft: “De jongeren beschikken over een gevoel voor rechtvaardigheid, waarheid en solidariteit.”
Met vredelievende groeten,
Dirk Tuypens
De Morgen, 18 november